Logo allesoverkatwijk.nl
<p>Welkom, maar hoe lang nog? | Foto: Walter Landesbergen</p>

Welkom, maar hoe lang nog? | Foto: Walter Landesbergen

(Foto: walter landesbergen)

Bloemenveiling Rijnsburg is kansloos, maar mag nog even spartelen

‘De lokale veiling blijft in Rijnsburg bestaan, náást de toekomstige landelijke, digitale veiling. Dat is de uitkomst van het onderzoek dat Royal FloraHolland samen met de klankbordgroep Lokale Veiling de afgelopen maanden deed. Het MT van Royal FloraHolland (RFH) is blij met deze uitkomst en stemt in met het advies van de klankbordgroep.’

Door Walter Landesbergen

Zo begint het persbericht dat Royal FloraHolland vorige week donderdag de wereld instuurde. Alles koek en ei, zou je zeggen.

De redactie van De Bloemenkrant sprak met enkele leden van de klankbordgroep, andere betrokkenen en RFH. De Bloemenkrant is bovendien in het bezit van twee documenten aangaande de lokale veiling. Een verslag van RFH aan de klankbordgroep gegeven door Bart Kerkmeer, en een presentatie van de voorstanders binnen de klankbordgroep van een lokale veiling.

Daaruit blijkt: helemaal geen koek en ei. Exporteur Jan de Boer, lid van de klankbordgroep en al decennia ambassadeur van de lokale veiling met niche-producten, reageerde afgelopen vrijdag in het Leidsch Dagblad op het besluit van RFH: ‘Er staat eigenlijk: we klooien nog twee jaar aan, dan gaat alles over naar landelijk veilen. Zoek het maar uit, leden, het beste met je been.’

Reconstructie

Uit de reconstructie van De Bloemenkrant blijkt dat een lokale veiling in Rijnsburg, waar niche-producten worden verhandeld in een hybride model -fysiek en online-, van het begin af aan geen schijn van kans had. Al hadden de actievoerders verenigd in de club Samen Scoren met Royal FloraHolland de overtuiging dat zo’n status aparte haalbaar is.

Maanden heeft Royal FloraHolland gebruikt om ‘serieus onderzoek te doen naar de niche-veiling’. Dat zei RFH-bestuursvoorzitter Steven van Schilfgaarde, in juli van dit jaar bij het in ontvangst nemen van de petitie om Rijnsburg open te houden met behoud van de huidige vorm. Maar de wil en strijdigheid met de visie waren toen al niet te nemen drempels. Het onderzoek was gedoemd om dood te lopen door het ontbreken van randvoorwaarden en de onwrikbare strategie van RFH.

Randvoorwaarden

De Klankbordgroep en De Bloemenkrant hebben herhaaldelijk gevraagd naar de randvoorwaarden, waaraan het hybride Rijnsburg zou moeten voldoen. Die zijn nooit verstrekt. Pas vorige week, toen het besluit over Rijnsburg al was genomen, wilde RFH reageren op deze uitstaande vraag.

RFH: ‘We hebben een andere benadering gekozen. Met elkaar hebben we gesproken over de behoeften en wensen die er waren om bepaalde elementen in stand te houden en over zorgpunten die samenhingen met de toekomstige digitale veiling. Die is nog in ontwikkeling en dan is het logisch dat er bepaalde twijfels zijn. (….) Niet de bestaande situatie, maar de toekomstige behoeften stonden centraal. Daarnaast is het voor ons essentieel dat we het zodanig inrichten dat het veilsysteem leidt tot optimale prijsvorming.’

Een van de deelnemers aan de klankbordgroep, koper Pieter Straathof, laat weten zich belazerd te voelen door RFH. ‘De klankbordgroep is misbruikt om de problemen van het toekomstige landelijk veilen op te lossen. De lokale veiling stond in de gesprekken nooit centraal. De bedrijfseconomische haalbaarheid - heeft Rijnsburg ooit rode cijfers geschreven - was geen onderwerp van gesprek, al behoorde dit onderzoek wel tot het taken van de klankbordgroep.’

Strategie

Op de vraag of een hybride veiling a priori niet passend is binnen de uitgestippelde strategie, reageert RFH ontkennend. ‘Nee, zo was het niet. Het was zoeken naar de juiste balans tussen de noodzakelijke modernisering en het behouden van het unieke karakter van Rijnsburg. Maar in Rijnsburg zal -net als in Aalsmeer en Naaldwijk- geen fysieke kar meer voor de klok langsrijden.’

In het antwoord van RFH volgt na de ontkenning de bevestiging. Het unieke karakter van Rijnsburg, zoals de groep ‘Samen Scoren met RFH’ aangeeft, valt niet te behouden zonder fysiek veilen, knopdrukken, schouwen gesplitst per productgroep, persoonlijk contact met de veilingmeester en afleveren binnen twee uur. Maar dat is voor RFH wat bruggen te ver.

Eind dit jaar volgt nog een presentatie. Maar ook die kan geen koerswijziging bevatten, omdat deze bijeenkomst in het teken zal staan van uitwerking van het compromis waartoe afgelopen week besloten is.

Compromis

Dat compromis luidt dat: op de lokale veiling kan (bijna) alles geclusterd worden geschouwd; komen digitale klokken; nieuwe inkoperswerkplekken; meer aandacht voor niche-noviteiten-seizoenproducten (moet nog uitgewerkt worden); komen geen karren voor de klok en is het orderpicken de standaard. De bedoeling is dat deze hybride vorm minimaal anderhalf jaar blijft bestaan en op die manier ook ingepast kan worden in de overkoepelende strategie, waarbij RFH eerst het orderpicken volledig uitrolt, dan overstapt op de digitale klokken op de exportlocaties en vervolgens op landelijk veilen.

Bij wijze van waarschuwing wordt opgemerkt: ‘Met uitzondering van eventuele locatie specifieke keuzes met betrekking tot schouwen en customer lounge géén investeringen of extra kosten.’

Samenvattend

Wat het management van RFH heeft kunnen doen om de voorstanders van de hybride lokale veiling tegemoet te komen, heeft ze gedaan, of gaat ze doen. Dit is echter geen kwestie van geste, noch van aanpassing van haar strategie. ‘Een zoethouder’, zegt Frank Timmermans (Flora Futura).

Bovendien tijdelijk. De proefperiode van anderhalf jaar heeft RFH zelf nodig om uiteindelijk en zonder meer strubbelingen te komen tot het landelijk veilen. 

Rijnsburg had dus geen kans, maar mag nog even spartelen.

Het management van RFH kun je niet kwalijk nemen dat zij vasthoudt aan haar reeds lang omarmde strategie. De illusies van de voorstanders van een hybride veiling blijken een akelige misrekening.

Wat het management van RFH wel te verwijten is, is dat zij die illusies tot aan het laatste moment gevoed en levend heeft gehouden. Deze manier van governance valt al langere tijd niet in goede aarde bij delen van de achterban en geeft de weerstand tegen directie en management weer extra kracht.

Voor sommige kwekers en kopers is dan ook de fase van woorden afgerond en die van daden aangebroken. Verschillende opties worden benut. Van het opzeggen van het lidmaatschap tot het zoeken of creëren van nieuwe platformen.

Bert van der Kroft, een van de schrijvers van de ‘Business case lokale veiling Royal FloraHolland 2021’ meldt strijdbaar: ‘De directie van FloraHolland hoopt dat wij het uiteindelijk opgeven. Nou, dan hebben ze aan mij een slechte! Ik ga door.’