Marianne van Duijn-van Delft was 22 jaar toen ze in 1985 als verpleegkundige namens hulporganisatie ZOA naar Thailand vertrok. Een jaar lang werkte ze in vluchtelingenkamp Ban Vinai, aan de grens met Laos. Haar eerste indruk laat weinig aan duidelijkheid over: ‘Overvol!’. Meer dan veertig jaar later kijkt ze terug op een van de vele bergstammen, de Hmong, die daar als vluchteling verbleven en in andere landen een nieuw bestaan opbouwden.


















