
Dunavie mag Syrische huurder na meerdere incidenten woning uitzetten
AlgemeenHet hoger beroep dat een huurder van een studio van Dunavie had aangespannen, is door de rechter verworpen. De woningcorporatie heeft het recht om de huurder de woning uit te zetten, nadat hij herhaaldelijk verhaal ging halen op het hoofdkantoor. Daarbij verwondde hij zichzelf met een scheermesje.
De man uit Syrië huurt sinds november 2017 een studio van 25 vierkante meter van woningcorporatie Dunavie. In 2019 neemt herhaaldelijk contact op met Dunavie, omdat de woning volgens hem niet aan zijn woonwensen voldoet.
Begin januari 2023 bezoekt hij het kantoor en trekt zijn kleding uit in de ontvangsthal. Daarop legt Dunavie hem een kantoorverbod op wegens ongewenst gedrag tegen de medewerkers.
In 2023 veroorzaakte hij meerdere incidenten op het kantoor van de verhuurder, waaronder het zichzelf in het zicht van personeel snijden met een scheermes. Daarop wordt door Dunavie de GGZ ingeschakeld.
Eind augustus gaat het weer mis: de huurder gaat weer naar het kantoor van Dunavie en snijdt zichzelf in de armen en bij de keel. De politie grijpt in en GGZ-medewerkers komen ter plaatse. Vervolgens verzoekt Dunavie de huurder de huurovereenkomst vrijwillig te beëindigden.
Dunavie legt hem een kantoorverbod op wegens ongewenst gedrag.
Maar daar wil de bewoner niet aan meewerken, en de kantonrechter stelt hem in oktober 2023 in het gelijk.
De kantonrechter kwam tot dat oordeel, mede omdat een zorgtraject was gestart en er zicht was op andere woonruimte via woningcorporatie Stek, dat sociale huurwoningen verhuurd in Lisse, Hillegom en Teylingen.
In hoger beroep bleek echter dat de huurder begeleiding had stopgezet en voorwaarden voor vervangende huisvesting niet wilde accepteren. Hij wil het liefst naar een stad verhuizen.
Het gerechtshof Den Haag wees daarop in oktober 2024 de ontruiming alsnog toe. Volgens de procureur-generaal kan dit oordeel in stand blijven, ook al vonden de incidenten buiten de woning plaats.
Het hof vond dat het belang van de verhuurder zwaarder woog en kende een ontruimingstermijn van zes maanden toe.
In hoger beroep ging de procureur-generaal daarin mee, en verwierp het bezwaar van de huurder.


















