De gemeente is een procedure gestart om de Pniëlkerk mogelijk aan te wijzen als gemeentelijk monument.
De gemeente is een procedure gestart om de Pniëlkerk mogelijk aan te wijzen als gemeentelijk monument. Foto: Matthijs Schuitemaker

Gemeentelijk monument of herontwikkeling?

Algemeen

De toekomst van de Pniëlkerk in de Hoornes blijft onzeker. Hoewel het Classicaal College voor de behandeling van bezwaren en geschillen (CCBG) het bezwaar van gemeentelid Jan van der Plas tegen de voorgenomen sluiting en verkoop van de kerk ongegrond heeft verklaard, is ondertussen een nieuwe ontwikkeling ontstaan. De gemeente Katwijk is namelijk een procedure gestart om de Pniëlkerk mogelijk aan te wijzen als gemeentelijk monument.

Door Jonah van den Oever

Met de uitspraak van het CCBG lijkt een langlopend kerkelijk traject voorlopig te zijn afgerond. Eerdere besluiten van de Algemene Kerkenraad (AK) om de Pniëlkerk te sluiten en te verkopen werden nog vernietigd, omdat gemeenteleden onvoldoende in de gelegenheid waren gesteld hun mening te geven. Dit keer oordeelt het CCBG dat de gemeenteleden wel voldoende zijn geïnformeerd en dat de kerkenraad zorgvuldig heeft gehandeld. Ook hoefde de financiële onderbouwing van de plannen volgens het CCBG niet volledig openbaar te worden gemaakt, omdat de onderliggende calculatie marktgevoelige informatie bevat.

Volgens het CCBG heeft de kerkenraad de gemeente voorzien van onder meer gegevens over de financiële situatie, de exploitatie van de kerkgebouwen, verschillende toekomstscenario’s en een aanvullende toelichting na de gemeenteavond. Daarmee konden gemeenteleden zich volgens het CCBG een goed beeld vormen van het voorgenomen besluit.

Monumentenprocedure

Voordat de laatste kerkelijke bezwaarprocedure ging lopen, ontstond een nieuwe ontwikkeling. Het Cuypersgenootschap diende eind vorig jaar namelijk een verzoek in om de Pniëlkerk aan te wijzen als gemeentelijk monument.

Naar aanleiding daarvan bracht de Adviescommissie Omgevingskwaliteit in april 2026 een positief advies uit aan het college van burgemeester en wethouders om de aanwijzingsprocedure te starten.

Volgens die commissie heeft het kerkgebouw een hoge architectuurhistorische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Ook het vrijwel gaaf bewaard gebleven ontwerp uit 1968 van architect Henry Zwiers en de beeldbepalende ligging in de wijk Hoornes wegen daarbij mee.

Het college heeft inmiddels besloten de procedure daadwerkelijk te starten. Daarbij worden de monumentale waarde van de Pniëlkerk en de nieuwbouwplannen van de Hervormde Gemeente tegen elkaar afgewogen. Tijdens deze procedure geldt voorbescherming, waardoor wijzigingen aan het gebouw eigenlijk alleen nog mogelijk zijn met een omgevingsvergunning.

Van der Plas zegt zich te verbazen dat hierover niets is gecommuniceerd richting de gemeenteleden. ‘In december werd via De Katwijksche Post bekend dat het Cuypersgenootschap een aanvraag had ingediend. Tijdens de bezwaarprocedure is op de hoorzitting zelfs gevraagd naar de stand van zaken. Ik heb het kerkbestuur toen niets horen zeggen over het positieve advies van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit dat op dat moment al bekend was. Ook hebben wij als gemeenteleden daar vanuit het kerkbestuur tot op heden niets over gehoord. Die radiostilte bevreemdt mij ten zeerste.’

Beroep

Van der Plas legt zich niet neer bij de uitspraak van het CCBG en gaat in beroep bij het Generale College voor de behandeling van bezwaren en geschillen van de Protestantse Kerk in Nederland.

Hij begrijpt naar eigen zeggen dat het Classicaal College terughoudend toetst, maar vindt dat de kern van zijn bezwaren onvoldoende is meegewogen. ‘Het gaat mij niet om mijn gelijk of om het koste wat kost openhouden van de Pniëlkerk. Het gaat mij om de manier waarop besluiten worden genomen. Als gemeenteleden ergens iets van moeten vinden, moeten zij ook over voldoende informatie beschikken.’

Volgens Van der Plas groeit onder gemeenteleden het gevoel dat hun inbreng weinig verschil maakt. ‘Wat mij het meeste zorgen baart, is dat mensen zeggen: “Het heeft toch geen zin meer om actie te ondernemen of er iets van te zeggen.” Dat gevoel proef ik steeds vaker. En dat moeten we echt niet willen.’

Financiële onderbouwing

Een van de punten die Van der Plas in zijn beroep opnieuw aan de orde wil stellen, is de financiële onderbouwing van de plannen.

Volgens hem gaat de Hervormde Gemeente ongeveer 1,6 miljoen euro investeren in de verbouwing van het Maranathacentrum. Dat bedrag moet grotendeels worden opgebracht uit de verkoop en herontwikkeling van de Pniëlkerk.

Van der Plas stelt dat die financiële onderbouwing inmiddels achterhaald is. ‘Er ligt nu een positief advies voor een monumentenstatus en de procedure is gestart. Als de Pniëlkerk uiteindelijk een monument wordt, heeft dat gevolgen voor de herontwikkeling van het Maranathacentrum. Dan is het de vraag of het verouderde scenario-inschatting uit mei 2024 nog wel realistisch zijn.’

Juist over die financiële onderbouwing verschillen Van der Plas en het CCBG van mening. Het CCBG oordeelde dat de kerkenraad de gemeenteleden voldoende had geïnformeerd en dat de vertrouwelijke financiële calculatie vanwege de verkooppositie niet openbaar hoefde te worden gemaakt. Van der Plas betwist dat.

‘Maar het is nog veel erger: zelfs de meeste leden van de algemene kerkenraad die vóór de verkoop hebben gestemd, hebben de cijfers nooit mogen inzien! Alleen de kerkrentmeesters wisten van de hoed en de rand. De rest van de algemene kerkenraad heeft blind getekend. Dat is geen deugdelijk bestuur. De algemene kerkenraad draagt de eindverantwoordelijkheid en mag die plicht nooit blind afschuiven op een klein clubje.’

Commerciële koers

Daarnaast maakt Van der Plas zich zorgen over wat hij ziet als de toenemende commercialisering van de Hervormde Gemeente Katwijk. ‘Steeds meer mensen zeggen tegen mij: de kerk lijkt wel een onderneming te worden. Het gaat steeds vaker over verhuur en geld.’

Volgens hem is commerciële verhuur op zichzelf niet verkeerd, maar moeten de mogelijke gevolgen wel in kaart worden gebracht. ‘Ik zeg niet dat de Hervormde Gemeente haar ANBI-status kwijtraakt of vennootschapsbelasting moet gaan betalen. Maar als je steeds meer gebouwen commercieel gaat exploiteren, moet je dat risico wel laten onderzoeken. Daar horen we ook niets over. Als je gaat concurreren met de horeca, moet je ook nadenken over de fiscale gevolgen. Ik heb de AK hiernaar gevraagd naar aanleiding van de plannen rond het Maranathacentrum. Het enige dat ik te horen krijg is dat de AK dit besproken heeft met de kerkrentmeesters en dat de conclusie is dat wij als gemeenteleden voldoende zijn geïnformeerd.’

Van der Plas vindt dat er andere oplossingen onderzocht moeten worden. ‘Meer kerken hebben moeite om hun gebouwen rendabel te houden. Waarom kijk je niet naar samenwerking? Waarom niet de ene gemeente ‘s morgens en een andere ’s middags in de Pniëlkerk? Het schuurt bovendien ook enorm dat het kerkbestuur in 2023 wel braaf meedeed aan de officiële Kerkenvisie Katwijk voor het behoud van kerken, terwijl er achter de schermen al volop werd aangestuurd op een voldongen feit: sloop ten gunste van woningbouw.’

Vervolg

Van der Plas sluit niet uit dat ondertussen al kosten zijn en worden gemaakt voor architecten, makelaars en adviseurs, terwijl nog onzeker is of de plannen uiteindelijk uitvoerbaar zijn. Ook noemt hij de monumentenprocedure politiek gevoelig vanwege de (eerdere) betrokkenheid van een van de huidige wethouders (Wouter-Jan Vroegindeweij, red.) bij de Hervormde Gemeente. Volgens hem moet iedere schijn van belangenverstrengeling worden voorkomen.

Hij zegt daarom vooral te hopen dat eerst duidelijkheid ontstaat over de financiële haalbaarheid en de gevolgen van een eventuele monumentenstatus, voordat verdere onomkeerbare stappen worden gezet.

‘Ik ben bang dat we straks met lege handen staan. Dat de Pniëlkerk kapot is gemaakt, de gemeenschap is ontwricht, er bergen geld zijn verspild aan plannen die niet doorgaan en het Maranathacentrum niet verbouwd kan worden. We hebben recht op openheid en een realistisch plan, vóórdat er onomkeerbare stappen worden gezet.’

Uiteraard is de Hervormde Gemeente Katwijk om een reactie gevraagd. Via de mail kwam het volgende antwoord: ‘Wij zullen geen inhoudelijke reactie geven.’

Uit de krant