
De eerste vrouw op een Katwijkse haringlogger
HistorieIn een tijd waarin vrouwen niet op zee werkten, stapte Leny in 1951 als prenter aan boord van een Katwijkse haringlogger. De unieke belevenissen van deze jonge vrouw inspireerden haar dochter Ellen, die nu het verhaal vertelt.
In het Katwijks museum ontmoet ik Ellen Reddingius, dochter van Leny Reddingius-Schreuder. Ellen vertelt het bijzondere verhaal van haar moeder, die in 1951 als eerste vrouw in Nederland meevoer op een haringlogger met een volledig mannelijke bemanning. Leny, destijds 21 jaar, hield haar avonturen op zee bij in een dagboek, vol indrukken van de reis die haar leven veranderde.
Door Piet Rovers
In het Katwijks museum ontmoet ik Ellen Reddingius. Ze woont in Culemborg en laat foto’s en een dagboek zien van haar moeder Leny. Ellen vertelt het verhaal. Leny was in 1951 aan boord als prenter, iemand die uit interesse een reis meegaat. Ze was een bijzondere vrouw met een drang naar reizen.
Liefde voor Katwijk
Haar overgrootmoeder Leentje van Duijvenbode was in 1915 als dienstmeisje vertrokken naar Naarden om daar te werken voor burgemeester Wesseling. Haar hele leven heeft Leentje contact gehouden met haar familie. Vele ansichtkaarten zijn verstuurd richting Katwijk. De liefde voor Katwijk en de zee is van dochter op dochter meegegeven. Ieder jaar ging haar moeder, Leny Reddingius-Schreuder, op vakantie naar zee, de Waddeneilanden of Noorwegen. Maar vooral Katwijk, want daar ging ze op bezoek bij haar familie.
De zee trok en Leny was veelal op strand te vinden. Ellen laat een foto zien waar haar moeder op staat, geleund tegen een schelpenkar. ‘Ze was een echte jongens-meisje, vond wat mannen deden leuk en wilde dit óók. Mijn moeder was ook erg sociaal en kon goed met mannen omgaan. Ze heeft het altijd over de reizen op zee gehad. Het was de mooiste tijd van haar leven,’ vertelt Ellen.
Prenter
De zee, daar hield ze van en de zee trok ook aan Leny. Ze trok de stoute schoenen aan en via haar achterneef Cor den Dulk voer zij op dinsdagochtend 22 mei 1951 als prenter mee op een haringlogger de KW 14. ‘Mijn moeder lustte helemaal geen haring, maar de zee en de sfeer aan boord vond ze prachtig’, zegt Ellen.
In haar dagboek schrijft Leny: ‘De goden zijn ons welgezind, het weer had praktisch niet mooier kunnen zijn. Bijna windstil de zee is zo glad als een spiegel en een zonnetje op de koop toe!’ De vrouw van schipper Klaas Dubbeldam had speciaal een gordijntje gemaakt voor Leny. ‘Ja kind, ik denk dat je het wel prettig zou vinden om jouw kooi te kunnen afschutten,’ zei de schippersvrouw. De overige drie kooien waren voor de machinist, stuurman en schipper. Leny werd ook verteld dat het de gewoonte was om zich niet uit te kleden, maar met het hele rommeltje aan in bed te kruipen. Wassen deed de bemanning niet en Leny denkt dat ze zich zal kunnen aanpassen. Ze varen met een vloot van twaalf schepen de haven uit naar zee.
Lees meer in De Katwijksche Post van deze week. Voor nog geen 5 euro per maand heeft u al een abonnement.




















