Afbeelding
Foto: Alles over Katwijk

Meerderheid raad wil grenzen stellen aan demonstratierecht

Algemeen

Meerdere partijen in de gemeenteraad van Katwijk vinden dat het demonstratierecht niet onbegrensd moet zijn. Aanleiding is de uit de hand gelopen demonstratie van een islamitische organisatie woensdagavond 14 mei tegen een bijeenkomst van Christenen voor Israël. Een tegendemonstratie, grotendeels gevormd door Katwijkers, escaleerde in geweld tegen demonstranten.

Fractievoorzitter Max van Duijn (DURF), initiatiefnemer van het debat in de raadsvergadering van donderdag 15 mei, stelde dat het demonstratierecht niet heilig is.

‘Grenzen stellen’

Van Duijn vindt, dat burgemeester Cornelis Visser nadrukkelijker had moeten kijken naar de achtergrond van organisatoren en deelnemers, zeker als er sprake is van extremistische denkbeelden. ‘We moeten durven zeggen dat in Katwijk geen plaats is voor haatpredikers. Als het demonstratierecht wordt misbruikt door mensen die de democratie afwijzen, moeten we grenzen stellen.’

Ook Geesje Haasnoot (ChristenUnie), Dirk Remmelzwaal (SGP) en Lennart van der Plas (VVD) betoogden dat de vrijheid om te demonstreren niet mag leiden tot verstoring van de openbare orde. ‘Een omstreden demonstratie op een gevoelige plek en dag is vragen om problemen’, aldus Van der Plas.

Grondwettelijk recht

Andere partijen, waaronder CDA, GemeenteBelangen en PvdA, benadrukten dat het demonstratierecht een grondwettelijk recht is dat slechts in uitzonderlijke situaties beperkt mag worden.

Fractievoorzitter Matthijs van Tuijl (PvdA): ‘Vrijheid van meningsuiting geldt ook voor meningen waar je het niet mee eens bent. Wie geweld gebruikt om anderen het zwijgen op te leggen, overschrijdt een fundamentele grens.’

Van Tuijl wees Van Duijn er ook op, dat het Katwijkers waren die geweld gebruikten tegen de demonstranten nog voordat de demonstratie was begonnen. Dat zijn degenen die de situatie hebben ontwricht, aldus Van Tuijl.

Van Duijn: ‘Geweld praat ik niet goed. Van wie dan ook.’

Noodbevel

Burgemeester Visser gaf aan dat er voorafgaand aan de demonstratie geen juridische grond was om deze te verbieden. Volgens Visser is herhaaldelijk getoetst of een verbod op de demonstratie mogelijk was, maar concludeerde de politie dat er voldoende capaciteit was om de situatie te beheersen. Wel werd in de loop van de avond een noodbevel afgegeven toen de tegendemonstratie escaleerde.

Haatprediker was er helemaal niet

Tijdens het debat verwezen DURF en SGP meerdere malen naar een omstreden prediker die banden zou hebben met eerdere gewelddadige demonstraties, onder meer in Zaltbommel.

Bijna aan het eind van het debat liet de burgemeester weten, dat hij net een appje van de politie kreeg met het bericht, dat die haatprediker niet aanwezig was in Katwijk en ook niet de organisator van het protest zou zijn. Dat leidde tot discussie over de juistheid van de motivering van enkele raadsfracties om voor een verbod pleiten.

Van Duijn gaf eerder in het debat aan, dat de kern van de zaak ligt in het feit dat er voor een haatprediker geen plek is in Katwijk.

‘Daar wil ik graag meer informatie over, want daar is het betoog van de grootste partij in Katwijk op gebaseerd’, zei Van Tuijl. Dirk Remmelzwaal van de SGP stelde, dat er wel degelijk een link is met de islamitische haatprediker. De burgemeester beloofde het na te vragen bij de politie en daar de raad over te informeren.

Evaluatie

Diverse fracties vroegen om een evaluatie van het proces, waarbij onder meer gekeken wordt naar de voorbereiding, risico-inschatting en communicatie. Ook werd aangedrongen op duidelijkheid over de aanwezigheid en herkomst van de betrokkenen bij het geweld.

De burgemeester gaf aan dat de politie in de komende dagen sociale media blijft monitoren in verband met signalen over mogelijke vergeldingsacties.

Een bredere politieke discussie over de grenzen van het demonstratierecht lijkt onvermijdelijk.

Uit de krant