
Directeur Pieter Groen trots op het oordeel van de onderwijsinspectie
AlgemeenDe onderwijsinspectie heeft op Pieter Groen onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het onderwijs. Het officiële rapport is binnen en directeur Bart Smeets is trots dat hij samen met zijn team een dikke voldoende heeft gekregen. Zonder herstelopdrachten! Sterker nog, de inspectie was op een heel aantal punten onder de indruk. Pieter Groen heeft de onderwijskwaliteit meer dan op orde. Een goede reden om Bart te vragen hoe dat onderzoek verlopen is en hoe we de kwaliteit terug kunnen zien op Pieter Groen.
Je bent vorig jaar gestart als directeur op Pieter Groen, waar ben je na een jaar het meest trots op?
Ik ben er trots op dat ik samen met mijn gehele team een voldoende heb gekregen van de onderwijsinspectie. Ik ben ervan overtuigd dat goed onderwijs gegeven wordt door goede docenten. We hebben vakbekwame en enthousiaste medewerkers die hart hebben voor de leerling. Ze vinden het leuk om bij ons te werken en kunnen het enthousiasme voor hun vak goed overbrengen op de leerlingen. Dat heeft de inspectie ook gezien.
Je hebt het nu uiteraard direct over het oordeel dat jullie gekregen hebben, maar waarom is dit onderzoek eigenlijk uitgevoerd?
Toen ik vorig schooljaar startte als directeur lag er een onderzoeksrapport van de onderwijsinspectie met voorlopige conclusies en aanbevelingen. Mijn conclusie was: “Ze hebben gelijk.” Het stelsel van kwaliteitszorg was destijds onvoldoende. Zo was er bijvoorbeeld geen koersplan, geen schoolplan en er waren geen afspraken over hoe een goede les eruit moet zien. Het bestuur, ook vorig jaar gestart, heeft deze uitdagingen uitgewerkt in een duidelijke visie en wij hebben die in ons schoolplan verder vormgegeven. De visie die je in een schoolplan beschrijft, is de basis voor de kwaliteitszorg, omdat je hier je kwaliteitsdoelstellingen in vaststelt. Daarnaast kwam naar voren dat we onze leerlingen nog beter in beeld moesten krijgen, wat hebben ze nodig, hoe gaat het met ze? Deze aanbevelingen heb ik, samen met de schoolleiding, direct aangepakt, want de inspectie wilde binnen een jaar controleren of de onderwijskwaliteit op orde was en of wij voldoende kwaliteit kunnen bieden aan de leerlingen bij ons op school.
Jullie hebben een voldoende gekregen, maar hoe beoordeelt de inspectie dit dan?
De onderwijsinspectie beoordeelt een school op basis van een vastgesteld onderzoekskader. Daarnaast hebben zij van het ministerie de opdracht om te kijken naar de vier basisvaardigheden. Dit zijn: taal- en rekenonderwijs, digitale geletterdheid en burgerschap. Veel scholen in Nederland kiezen voor een focus op twee van deze vaardigheden, maar op Pieter Groen hebben we ingezet op alle vier de basisvaardigheden - en met succes. De inspecteur die onderzoek deed naar de vaardigheid burgerschap zei letterlijk: “I’m impressed”. En ik ben dat ook. De werkgroep burgerschap heeft een leerlijn ontwikkeld waarbij er een duidelijke relatie is tussen onze christelijke identiteit en burgerschapsvorming. De christelijke waarde ‘naastenliefde’ staat hierin centraal en is uitgewerkt in de bouwstenen verdraagzaamheid, vrijheid en verantwoordelijkheid; daar was de inspectie dus erg van onder de indruk.
Wat vind je naast het oordeel van de inspectie als directeur belangrijk?
Ik vind het belangrijk dat we altijd goed onderwijs bieden. En kwaliteit is meer dan waar de inspectie naar kijkt. Een goede school is ook een plek waar jongeren graag komen, een fijne, warme en aantrekkelijke omgeving waar kinderen zich op hun gemak voelen van klas één tot en met het examenjaar. School speelt tenslotte een grote rol in de vorming van kinderen in hun weg naar volwassenheid. De inspectie meet wel de sociale en fysieke veiligheid van de leerlingen (die bij ons dik in orde is), maar het gaat juist om de dagelijkse werkelijkheid. We leven nu eenmaal in een wereld waar het op dit moment niet makkelijk is om kind te zijn met alle afleidingen (denk aan social media), de snelheid waarmee de maatschappij zich ontwikkelt en de onzekerheden over de toekomst. Het wordt geprojecteerd op de generatie die het meest kwetsbaar is, onze kinderen. Wij willen op school een veilige haven voor ze zijn waar rust, aandacht en veiligheid de sleutelwoorden zijn.
Hoe zie je deze veilige haven terug op Pieter Groen?
Bijvoorbeeld door de introductie van de Pieter Groenles. Zoals ik eerder in dit interview vertelde waren er geen afspraken over hoe een goede les eruit moet zien. Dit hebben we samen met het gehele team opgepakt. We zijn een scholingstraject gestart met al onze docenten om de didactische vaardigheden op te frissen. En vervolgens kregen zij zelf de opdracht om samen met hun sectie en andere collega’s na te denken over een lesaanpak die voor iedere sectie gelijk is, de zogenoemde Pieter Groenles. Dit zorgt voor duidelijkheid en structuur waar leerlingen behoefte aan hebben. We hebben ook gekeken naar onze leerlijnen, of zoals het in onderwijsland heet ‘het curriculum’. We bereiden onze leerlingen vanaf dag één voor op hun examen. Dit doen we op verschillende manieren, we leren ze omgaan met de manier waarop een toets wordt afgenomen en zetten lesmethodes in die ze hun hele schoolloopbaan gebruiken. Dit wordt vaak onderschat, maar als je in de bovenbouw een nieuwe schoolmethode inzet, dan betekent dit bijvoorbeeld een nieuwe lay-out en een andere manier van schrijven. Kortom, zaken waar je je niet mee bezig zou moeten houden als leerling in die belangrijke fase van je leven.
In dit licht vinden we het dus ook heel fijn dat we leerlingen een veilige en vaste omgeving kunnen bieden van de brugklas tot en met de examenklas. Geen tussentijdse wijzigingen van gebouw, leerlingen of docenten, maar dezelfde vertrouwde omgeving en gezichten. Hierdoor kunnen ze zich optimaal ontwikkelen en weten ze wat ze van ons kunnen verwachten en ook wat wij van hen verwachten.
Het lijkt nu alsof alles goed gaat op Pieter Groen, is dat ook zo?
Nee, een permanent punt van aandacht blijft de lesuitval. Dat is een lastig punt. We willen aan de ene kant een rijk palet aan lessen bieden die aansluiten bij de belevingswereld van kinderen. Zo hebben leerlingen bij ons van klas 1 tot en met klas 3 de keuzeklassen, organiseren we excursies, projectweken en uitwisselingen met het buitenland. Maar aan de andere kant betekent dit soms ook lesuitval, doordat bijvoorbeeld een docent mee is op een excursie met een andere klas. We hebben dan ook duidelijke afspraken gemaakt wanneer een les mag uitvallen. Door deze aanpak zitten we momenteel ruim onder het landelijke gemiddelde van 12% lesuitval en daar ben ik heel trots op, maar iedere les die uitvalt, is er een te veel. Het kan en mag niet zo zijn dat een leerling vanwege de afwezigheid van een docent onvoldoende wordt voorbereid op een toets of examen. Hier moet je dus op blijv en letten als schoolleiding.
Wat is volgens jou nog meer een aandachtspunt?
De communicatie. Communicatie is op veel scholen en dus ook zeker bij ons een blijvend punt van aandacht. We hebben onszelf dan ook de opdracht gegeven om dit volgend schooljaar te verbeteren. We willen naar een duidelijke structuur en streven naar één communicatiemiddel, want wij denken dat goede communicatie de sleutel is van een goede samenwerking tussen school en ouders/verzorgers. Voor de optimale ontwikkeling van kinderen is deze samenwerking van cruciaal belang. Daarom zeg ik ook altijd: “Pieter Groen, dat zijn we samen!”


















