Katwijkse visser met lange gebreide beenlingen.
Katwijkse visser met lange gebreide beenlingen. Foto: MAARTEN_VAN_RIJN

Katwijkse truien

‘Ja, ik had de zomer in het hoofd…'

Een paar weken geleden was het zulk heerlijk zonnig weer dat je zelfs buiten kon zitten, maar ‘éen zwaluw maakt nog geen zomer…’ Dat bleek wel de weken daarna toen we onze warme wintertruien weer konden aantrekken.


Door Aaltje Knoop

In het Katwijks Museum zijn voorbeelden te vinden van wat de Katwijkers bij erge kou aantrokken. Kijk maar naar de foto van die uitdagend kijkende jongeman. Zie hem zitten! Netjes op de foto. Een hele gebeurtenis zo’n 100 jaar geleden. Kort recht afgeknipt haar en over die bakkebaarden heeft hij nagedacht.

Hij moet visser zijn; dat herken je aan het platte zeemanspetje met stormbandje dat ze droegen. Over het bovenlichaam een zogenaamd kesjak met er onder een hemdrok. Een klepbroek en dan, kijk eens goed! Gebreide beenlingen (lange kousen) tegen de kou.


Winkeltje

Het museum bezit ook gebreide lange kousen. Die zijn van ongebleekte katoen. Ze horen bij de inventaris van ‘het winkeltje’. Een oud Katwijks manufacturen-winkeltje dat bij sluiting naar het museum verplaatst is.

Ongebleekte katoen is een beetje gelig van kleur en voelt lekker soepel en warm aan. Dat komt door het natuurlijke vetlaagje dat om de katoenvezel zit, de cuticula. Dat maakt dat breien met ongebleekte katoen zo lekker gaat: insteken, omslaan, doorhalen en aflaten gaan.


Truien-collectie

Museummedewerker Kees van der Plas laat me in het depot een paar echte wollen Katwijkse visserstruien zien. Overigens kwamen truien pas na WO I in de mode. Reden daarvoor is dat de vissers omstreeks 1900 hun werkgebied naar de noordelijke wateren uitbreiden. Daar, bij de Shetland-eilanden, kwamen ze in contact met collega’s van andere landen, waaronder Engeland. Die droegen truien.


Al spoedig gingen de Katwijkers die lekkere soepele kledingstukken ook dragen. Gebreid door hun oma’s, moeders of echtgenoten. In het Katwijkse patroon. In eerste instantie droegen de mannen die truien als ‘zondags goed’/opknappersgoed.


Bij dit artikel is een verlovings/trouwfoto toegevoegd: een bijzondere gelegenheid waarvoor de man zijn mooiste trui heeft aangedaan. En dat is, zoals u kunt zien, niet een Katwijkse. Later werd de trui ook hier werkkleding. Bijkomstig punt was dat juist het eigen patroon van de dorpen de trui tot herkenningspunt maakte voor omgekomen vissers.


Katwijks patroon

Het Katwijkse motief bestaat uit een afwisseling van verticale kabels en ribbelranden met gladde stukken ertussen. Ook de niet gewassen wolvezel is lekker vettig, dus de pennen kunnen er lustig op los tikken. En is in het dragen extra warm.


De gebruikte kleuren zijn zwart en beige. De gangbare modekleur was in eerste instantie beige/bruin. Later werd dat blauw. Eigenlijk is dat tot anno nu blauw gebleven.

Wonderlijk om van iets dat nu zo gewoon is als een trui, te beseffen dat dit kledingstuk ‘pas’ een eeuw oud is.


| Foto's: uit collectie van Katwijk Museum. Fotograaf: Maarten van Rijn

Museummedewerker Kees van der Plas toont een blauwe Katwijkse trui.
Tekening van Johanna Bottema: Breiend meisje.
Verlovings/trouw-foto van Katwijkse visser met trui als ‘opknappersgoed’.