
‘Het duurde even voordat ik armoede begon te herkennen’
‘Het geeft plezier, verbinding. Even weg uit de stress.’ In een lokaal van muziekschool Planck in Katwijk zit Willemijn Dijkdrent ontspannen aan tafel. Voor haar liggen producten van de Voedselbank: Een kopje thee, een volkoren boterham met avocado en een gekookt eitje… Tijdens een smaakvolle lunch krijgt ze een reeks pittige vragen over armoede voorgeschoteld. ‘Soms gebeuren er dingen in je leven waar je geen invloed op hebt.’
Haar eigen saxofoon staat naast Willemijn op de grond. Bladmuziek die nog op lessenaars ligt, een pianovleugel die achter haar staat. Het is een plek waar jong en oud normaal gesproken samenkomen om muziek te maken, maar vandaag draait het gesprek om iets anders. Over wat er speelt achter de schermen. Over wat je niet direct hoort, maar soms wel kunt zien.
Willemijn (28) is één van de jongste ambassadeurs van de Voedselbank Katwijk. Ze geeft als docent van Planck muziekles bij heel wat basisscholen in Katwijk. Daarnaast staat ze voor groepen als dirigent van onder andere jongerenkoor Romans Twelve. Muziek loopt als een rode draad door haar leven. ‘Als tiener zat ik hier zelf,’ vertelt ze. ‘En nu geef ik muziekles voor de klas. Dat ik dat mag doorgeven, vind ik echt bijzonder.’
Van leerling naar docent
De muziekschool is voor Willemijn meer dan een werkplek. Het is een plek waar generaties samenkomen. ‘Hier lopen echt alle soorten mensen rond. Van jonge kinderen tot mensen van tachtig die nog een instrument willen leren.’ Die diversiteit maakt haar werk mooi, maar ook confronterend. Want juist in zo’n gemengde omgeving vallen verschillen soms op – al zijn ze klein. Heel klein. Ze ziet hoe muziek mensen samenbrengt, ongeacht leeftijd of achtergrond. In één lokaal kan een basisschoolleerling naast iemand zitten die al een heel leven achter zich heeft. Muziek maakt daarin weinig onderscheid. Tegelijkertijd weet Willemijn dat de weg naar die les voor de één vanzelfsprekend is, en voor de ander helemaal niet.
Armoede zie je niet meteen
Het duurde even voordat Willemijn armoede echt begon te herkennen. ‘Ik denk dat ik pas rond mijn achttiende of twintigste echt zag wat het verschil is tussen mensen,’ zegt ze eerlijk. In haar werk als docent leerde ze dit beter te gaan zien. ‘Armoede zit vaak in kleine dingen. Iemand die al heel lang geen nieuwe schoenen heeft. Of een kind dat ergens niet aan mee kan doen.’ Het zijn signalen die je alleen ziet als je oplet. En misschien nog wel belangrijker: als je er oog voor wilt hebben.
‘Het kan
iedereen overkomen’
Waarom ze ja zei tegen het ambassadeurschap van de Voedselbank? Dat antwoord komt zonder aarzeling. ‘Omdat het iedereen kan overkomen. Soms gebeuren er dingen in je leven waar je geen invloed op hebt.’ Dat besef raakte haar. ‘Het voelt soms gewoon oneerlijk. Mensen kiezen hier niet voor.’ En dat maakt armoede ook ongemakkelijk. Zeker in een dorp als Katwijk. ‘We laten hier graag het beste van onszelf zien. Maar armoede is er wel degelijk. En ik denk dat we het onderschatten.’ Volgens Willemijn speelt daarin ook mee dat mensen hun situatie vaak verborgen houden. Niet omdat ze dat willen, maar omdat het lastig is om erover te praten. Schaamte speelt daarin een grote rol. En juist daardoor blijft het probleem vaak onder de radar—zelfs in een gemeenschap waar mensen elkaar denken te kennen.
Muziek als uitlaatklep
Tijdens de lunch pakt Willemijn een broodje met avocado en gekookt eitje. Ze lacht: ‘Ik heb wel luxe gekregen hoor.’ Maar het gesprek gaat al snel weer de diepte in. Want wat betekent het eigenlijk als muziek niet toegankelijk is?
‘Het voelt soms gewoon oneerlijk. Mensen kiezen hier niet voor’
‘Dan mis je echt iets groots,’ zegt ze. ‘Muziek is samen zijn, ontspannen, even het leven loslaten.’ Ze ziet dagelijks wat muziek kan doen, juist bij kinderen die het thuis niet makkelijk hebben. ‘Het geeft plezier, verbinding. Even weg uit de stress.’ Tegelijkertijd ziet ze ook hoe kwetsbaar het is. ‘Muziekonderwijs is vaak het eerste waar op bezuinigd wordt. Terwijl het juist zoveel kan betekenen.’ Wat minder zichtbaar is, is dat er in Nederland wél regelingen bestaan voor kinderen die anders niet mee zouden kunnen doen. Via bijvoorbeeld het Jeugdfonds Sport & Cultuur kunnen contributie, lesgeld en soms zelfs materialen worden vergoed. Daardoor kunnen kinderen uit gezinnen met weinig geld toch sporten of muziekles volgen. ‘Dat wist ik zelf eigenlijk ook nog niet goed’, moet Willemijn bekennen. ‘Ik ga vooral aan de slag met de kinderen als ze al aangemeld zijn.’
Armoede en talentontwikkeling
Armoede en talentontwikkeling, het is volgens Willemijn geen simpel verhaal.
‘Aan de ene kant kan armoede je creatief maken. Je gaat zoeken naar hoe het wél kan. Maar stress kan dat ook weer blokkeren.’ Ze zag het met eigen ogen, zelfs buiten Nederland. Tijdens een reis naar Zuid-Afrika maakte ze muziek met kinderen in sloppenwijken. ‘Die maakten instrumenten van alles wat ze konden vinden. Ongelooflijk wat daar ontstaat.’ Maar in Nederland ligt dat anders. Hier heb je vaak middelen nodig om iets te ontwikkelen – en juist die ontbreken soms. Tegelijkertijd betekent dat niet dat het onmogelijk is. Er zijn routes, regelingen en mensen die kunnen helpen — mits ze gevonden worden.
Geloof
Volgens Willemijn ligt de verantwoordelijkheid van het armoedevraagstuk niet alleen bij de overheid. ‘Het is een probleem van ons allemaal. Iedereen kan op zijn op haar manier wat voor de ander betekenen. Er zijn voor je buurman. Luisteren naar iemand. Dat soort dingen maken echt verschil.' Die houding komt ook voort uit haar geloof. ‘Heb je naaste lief als jezelf. Dat is eigenlijk heel simpel.' En misschien begint het daar ook: niet alleen zien wat er ontbreekt, maar ook helpen om zichtbaar te maken wat er wél mogelijk is.