Vrijwilliger Geesje, oprichtster Co Viele en vrijwilliger Jolanda in de nieuwe opslagruimte van de Voorraadkast in het PMT-gebouw. | Foto: MK
Vrijwilliger Geesje, oprichtster Co Viele en vrijwilliger Jolanda in de nieuwe opslagruimte van de Voorraadkast in het PMT-gebouw. | Foto: MK Foto: MK

Interne verhuizing in PMT-gebouw na verbouwing

Nieuwe plek, zelfde missie voor de Voorraadkast

De Voorraadkast heeft binnen het PMT-gebouw in de Molenwijk een nieuwe plek. Door een interne verhuizing, noodzakelijk vanwege een verbouwing voor de vestiging van Planck, beschikt de stichting nu over meer ruimte voor opslag en uitgifte. Tegelijkertijd blijft het aantal hulpvragers stijgen. Wekelijks worden rond de honderd boodschappentassen uitgedeeld aan mensen die financieel het einde van de maand niet halen.


Onlangs is de verbouwing gestart van het PMT-gebouw, waarin naast de Voorraadkast ook Welzijnskwartier terugkeert. Voor Planck wordt meer ruimte gecreëerd, zodat er een kleinschalige bibliotheekvoorziening kan komen.


Stapelen

Het gebouw aan de Tulpstraat is aan de voorkant gesloten, maar de Voorraadkast is al die tijd gebleven. Om de interne verhuizing mogelijk te maken, werden eerst twee ruimtes aan de achterkant van het gebouw gerenoveerd. Vervolgens konden alle spullen naar de nieuwe ruimtes. Bezoekers kunnen via de achterkant van het gebouw terecht.


De verhuizing vroeg veel van de stichting en haar vrijwilligers. ‘We moesten in drie dagen van de ene kant van het gebouw naar de andere kant’, zegt Jolanda Remmelzwaal, een van hen. ‘Alles stond tijdelijk opgestapeld in de koffiekamer, tot aan het plafond.’ Initiatiefnemer Co Viele knikt: ‘Met twintig man hebben we dozen uitgepakt, maar daarna ben je nog weken bezig om alles weer een plek te geven’.


Opbouw

De nieuwe ruimte is ruimer en praktischer ingericht dan de vorige. Er is meer opslag, een keuken en genoeg ruimte voor de grote koelkasten en vriezers. ‘Het is groter en beter schoon te houden. Dat is echt een verbetering’, zegt Viele. Tegelijkertijd is het werk nog niet klaar. ‘We zitten nog midden in de opbouw. Elke week komt er wel iets bij.’

Een belangrijke toevoeging is de nieuwe uitgifteruimte, waar bezoekers hun tas ophalen. ‘Voorheen stonden de tassen in een klein halletje’, zegt Remmelzwaal. ‘Nu hebben we een eigen plek, met straks ook een koffieapparaat.’ Die ontmoetingsfunctie is belangrijk. ‘Mensen moeten zich hier welkom voelen. Even een kop koffie, even zitten. Dat maakt het verschil.’


Ook wordt gewerkt aan betere toegankelijkheid. Binnenkort wordt het raam van de koffiekamer vervangen voor een deur. ‘We willen dat iedereen naar binnen kan, ook mensen die minder mobiel zijn’, zegt Viele. ‘Daar moeten nog aanpassingen voor komen.’


Ze is daarnaast druk bezig met de tuin te verplaatsen. Het stuk aan de zijkant van het PMT-gebouw wordt gebruikt voor een uitbouw, zodat Planck een ruimere opzet krijgt. Daardoor moet het groen, dat Viele en haar man Ton zelf aanlegde, op die plek weg. ‘Ik ga komende dagen ermee aan de slag. Het grind moet eruit, het tuinmeubilair, en de hortensia’s wil ik verplaatsen naar onze nieuwe plek.’ Dat is het stuk achter het gebouw, met een ingang aan de Hyacintstraat.


In het schuurtje

De groei van De Voorraadkast is zichtbaar in de ruimte, maar begon ooit klein. ‘We zijn gestart in twee schuurtjes’, vertelt Viele. ‘In de ene stond een vriezer, in de andere wat kasten.’ Inmiddels bestaat het initiatief elf jaar en is het drie jaar een stichting. Sindsdien is ook de locatie in het PMT-gebouw een feit.


‘We zijn hier niet begonnen met het idee om zo groot te worden’, zegt Viele. ‘Het begon met het helpen van mensen in de buurt.’ Een ervaring staat haar nog helder bij: ‘In korte tijd hielpen we een gezin waarvan het jongste kind nog nooit vers fruit had gegeten. Dan weet je dat het nodig is.’


Honderd tassen

Die nood is nog altijd zichtbaar. Wekelijks worden rond de honderd boodschappentassen uitgedeeld. ‘Morgen zitten we al op 92’, zegt Viele. ‘Gemiddeld komen er twee nieuwe huishoudens per week bij.’

Het gaat om mensen die net buiten de regelingen vallen. ‘Als je recht hebt op de Voedselbank, dan verwijzen we door’, legt Viele uit. ‘Wij zijn er juist voor de groep daar net boven.’

De groep is divers. ‘We zien veel ouderen zonder volledig pensioen, mensen die alleen zijn komen te staan’, zegt Viele. ‘Maar ook gezinnen en mensen met mentale problemen.’ Schaamte speelt vaak een rol. ‘Mensen vinden het moeilijk om hulp te vragen.’


Persoonlijk

De werkwijze van De Voorraadkast is bewust anders dan die van de Voedselbank. Deelnemers sturen wekelijks een boodschappenlijstje in. Op basis daarvan wordt een tas samengesteld. ‘Het is maatwerk’, zegt Remmelzwaal. ‘We kijken naar wat iemand echt nodig heeft.’

Dat vraagt ook verantwoordelijkheid van de deelnemers. ‘We zeggen altijd: denk goed na over wat je vraagt’, aldus Viele. ‘Het is voor de hele week.’ De tassen vertegenwoordigen een waarde van ongeveer tachtig euro.

Naast de basisproducten is er aandacht voor extra’s. Kinderen krijgen bijvoorbeeld een zakje snoep, en bij verjaardagen is er een speciaal pakket. ‘Met taart, versiering en een cadeautje’, zegt Viele.

Ook voor noodsituaties is er ruimte. ‘Als iemand plotseling niets meer heeft, kunnen we snel schakelen’, zegt Remmelzwaal. Viele: ‘We hebben korte lijnen met andere organisaties’.


De producten ontvangt de stichting van donateurs, of koopt ze zelf in. Daarnaast zijn er een aantal grote sponsoren voor bijvoorbeeld het brood en de eenpersoonsmaaltijden. Vanuit de gemeente Katwijk kwamen EHBO-tasjes. Volgende week volgen de tubes zonnebrand. Via het Armoedefonds krijgen ze hoestdrank.

Ook zijn er particulieren die hun steentje willen bijdragen. Viele: ‘Het wordt nu weer lente, en dan krijgen we regelmatig groente van mensen met een eigen tuintje'. Remmelzwaal: ‘We hebben een man die zijn hele auto vollaadt en dat hier komt brengen. Dan krijgen we bijvoorbeeld zakken vol andijvie.' De eieren komen van dichtbij: de Zanderijtuiners schenken kippen- en eendeneieren.


Momenteel is behoefte aan toiletpapier en luiers. ‘Dat zijn onze twee grootste en duurste problemen.’ Maat 6 gaat snel op, zegt Remmelzwaal.


Opvrolijken

Volgens beide vrouwen is de kracht van De Voorraadkast niet alleen de hulp, maar vooral de manier waarop die wordt geboden. ‘Het menselijke contact is het belangrijkste’, zegt Viele. ‘Een praatje, een luisterend oor.’

De nieuwe koffieruimte speelt daarin een rol. ‘Die is een beetje ingericht zoals thuis’, zegt de oprichtster. ‘Ik zeg niet: wat is er aan de hand, maar: wil je een kop koffie? Dan komt het gesprek vanzelf.’


Remmelzwaal vult aan: ‘Wat mensen hier vertellen, blijft hier. Je probeert ze even op te vrolijken. Dat ze met een goed gevoel naar huis gaan.’

De stichting draait volledig op vrijwilligers, zo’n tien in totaal. ‘Iedereen heeft zijn eigen taak’, zegt Remmelzwaal. ‘Maar we doen het samen.’

Viele benadrukt hun rol. ‘De kracht zit in de vrijwilligers. Zij vangen de mensen op, zij maken het verschil.’ De sfeer is daarbij belangrijk. ‘Het is lachen en soms huilen, maar we zijn eerlijk tegen elkaar.’


Groei

Aanstaande zondag wordt Viele 64 jaar. Een dag later trakteert ze de hele buurt en de klanten van de Voorraadkast op oranjetompouces.


Ondanks de nieuwe ruimte en betere voorzieningen blijft de uitdaging groot. Donaties zijn nodig om de schappen gevuld te houden. De stijgende vraag baart zorgen. ‘Eigenlijk is het niet goed dat we blijven groeien', zegt ze. ‘Maar zolang het nodig is, gaan we door.'

Remmelzwaal knikt. ‘Je ziet wat het betekent voor mensen. Daar doe je het voor.’