Deel 2 en slot Rijnsburg in de oorlog

Frans Leerink, collaborateur of overlever?

Ingezonden n Vorige week werd deel 1 van dit verhaal geplaatst in De Rijnsburger van 16 april 2026. Hieronder leest u het vervolg.

Op 11 mei 1945 werd dokter Leerink gearresteerd op beschuldiging van Deutschfreundlichkeit. Het Centraal Archief in Den Haag bevat drie dozen met archiefstukken over deze zaak. 

Wat vond het Openbaar Ministerie (OM) van de beschuldigingen, hoe verdedigde Leerink zich en hoe oordeelde de rechter? 

Leerink erkent dat hij aanvankelijk deutschfreundlich was. Per slot van rekening kwam hij uit Aalten, dichtbij de Duitse grens en was hij verloofd met een Duits meisje met wie hij in 1941 zou trouwen. Soms kwamen er Duitse familieleden op bezoek. Leerink verklaart echter dat zijn houding wijzigde toen hem duidelijk werd wat de Duitse bezetting werkelijk betekende. 


Beschuldigingen

In de archieven bevindt zich een verklaring van een assistente die zegt dat er in Leerink's huis en wachtkamer nationaal-socialistische literatuur rondslingerde. Leerink ontkent. De beschuldiging van de assistente wordt niet onderbouwd.


Wel geeft Leerink toe in zijn studententijd lid van de NSB geweest te zijn, maar dat hij na drie maanden zijn lidmaatschap heeft opgezegd. In de administratie van de NSB is geen lidmaatschapskaart op zijn naam gevonden. Ook hier concludeert het OM dat dit punt niet kan worden bewezen.

Leerink erkent wel dat hij een lezing van NSB'er Hendrik Jan Woudenberg heeft bezocht. Maar dat hij wegens ordeverstoring uit de zaal is verwijderd. Het OM lijkt dit punt te onbenullig te vinden om een oordeel op te geven.


Leerink zegt ook dat hij is gepolst om burgemeester van Rijnsburg te worden, maar dat hij daarvoor geen interesse had.

Leerink erkent korte tijd lid geweest te zijn van de door de bezetter ingestelde Artsenkamer. Dit deed hij uit angst voor financiële represailles. Het lijkt erop dat Leerink regelmatig slecht bij kas zat. Het OM vindt dit geen belangrijk punt. 


Een ernstiger beschuldiging betreft het verraden aan de Duitsers van informatie over de illegale organisatie Medisch Contact. Dat lijkt vooral een actie van Van der Laan. Die werd op verdenking van verzetsactiviteiten verhoord door de SD en heeft toen volgens eigen zeggen een kartonnen patiëntenkaart op tafel zien liggen, mogelijk van Leerink. Direct na de oorlog werd daarom het kaartsysteem van Leerink in beslag genomen en overgebracht naar het huis van Van der Laan. Daar bleek echter dat Leerink geen harde, maar slappe kaarten gebruikte, waardoor deze beschuldiging kwam te vervallen. 


Overigens zegt dit iets over de chaos en de naoorlogse almacht van Van der Laan, want het ongevraagd overbrengen van patiëntgegevens naar de praktijk van een collega is wel heel bijzonder.

Op de vraag of hij iets wist van de illegale artsenorganisatie Medisch Contact antwoordt Leerink ontkennend. Hij gold als verdacht en werd daarom overal buiten gehouden.

Het groeten van een onbemande Duitse post, gezien door de Katwijkse huisarts Hueting en diens broer, acht het OM kennelijk te onnozel om erop door te gaan.


Leerink geeft wel toe dat de NSB'er Krantz (een patiënt van hem) toestemming gaf om in Warmond in zijn tuin te wandelen, maar dat hij dat nooit heeft gedaan. Net zo goed als dat hij nooit een abonnement op Volk en Vaderland heeft gehad. Een Rijnsburgse NSB'er zou hem drie keer een exemplaar van het blad gebracht hebben, maar is daarmee gestopt nadat Leerink hem verzocht dat niet meer te doen.


Feitelijk blijft als enige bewezen overtreding de keuring van 20-25 Katwijkse meisjes en vrouwen voor werkzaamheden van de Wehrmacht. Dit wordt beschouwd als hulp verlenen aan de vijand, ofwel collaboratie. 


Steunbetuigingen

In het dossier zijn tevens brieven te vinden van mensen die het voor Leerink opnemen. Daarbij is vooral een brief van J. van Egmond interessant, omdat hij een belangrijke figuur in het Rijnsburgse verzet was. Van Egmond verklaart dat Leerink meermalen medische hulp heeft verleend aan (ook Joodse) onderduikers en zegt verder dat Leerink daarvoor nooit geld heeft gevraagd of daarover iets heeft doorverteld. 


Veroordeling

Het uiteindelijke vonnis is gebaseerd op het keuren van de meisjes voor de Wehrmacht tegen een vergoeding van 100 gulden, en luidde twee maanden gevangenisstraf en vijf jaar ontzetting uit het kiesrecht. Daarmee werd Leerink relatief zwaar gestraft.


Op zondag 23 december houdt hij een drukbezochte receptie ter viering van zijn thuiskomst. Mijn vader was erbij. Het is één van de weinige keren geweest dat hij de middagdienst in de kerk heeft verzuimd. 


Onderzoeker en schrijver
Willem van Starkenburg
Apeldoorn