Afbeelding
Foto: Ted Denies

'Ik wil alleen kunnen zijn, maar ben bang om té alleen te zijn'

'Het allerbelangrijkste is kunnen praten over je problemen. Psychische problemen worden nog te vaak verzwegen. Mensen durven er niet over te praten, bang dat anderen het niet zullen begrijpen. Dat kan heel ver gaan. Ik liep jarenlang met zelfmoordgedachten rond, maar durfde het aan niemand te vertellen. Ik wilde niet echt dood, maar dat was de enige uitweg die ik kon bedenken. Ik wist niet dat er ook nog andere oplossingen bestonden voor mijn problemen.'


Van zijn tiende tot aan zijn zevenentwintigste worstelde Katwijker Richard Vink met ernstige depressiviteit. In plaats van een gebrek aan gevoel, zoals mensen met een lichte depressie kunnen ervaren, was zijn depressie zelf een gevoel. Dat gevoel heeft vele namen - neerslachtigheid, wanhoop, radeloosheid, melancholie of vitale depressie, om er een paar te noemen - maar Richard, die er bijna twintig jaar mee worstelde, noemt het simpelweg 'het'. Hij omschrijft 'het' als een gevoel van gemis, alsof er een dierbare is overleden. Maar er is niemand dood, behalve misschien de depressieve persoon zelf - van binnen. 'Je voelt je eenzaam', zegt hij, 'heel erg eenzaam. Verlaten door de buitenwereld. Alle anderen zijn vreemdelingen geworden. Ze hebben geen idee van wat er in jou omgaat, druk als ze zijn met hun carrière, hun sociale leven, hun hobby's. In tegenstelling tot jou hebben ze een doel in hun leven - of iets dat daarop lijkt.'

'De gedachte aan mijn ouders en mijn zusje hield me overeind'


Ik spreek hem op een herfstachtige vrijdagmiddag op zijn werkplek in Katwijk. Richard is een gezette jongeman met kort haar en een bril. Hij draagt een T-shirt van zijn favoriete band, Joy Division, een vale spijkerbroek en nette gympen.

Tijdens het gesprek maakt hij een onwennige indruk. Terwijl hij vertelt, kijkt hij naar zijn handen op de tafel voor zich. Die kan hij maar moeilijk stilhouden. Het kost hem moeite om zijn verhaal te doen. Richard is iemand die het liefst alles observeert van een afstand.

De rol van buitenstaander zit de parttime verslaggever als gegoten. Hij is gefascineerd door mensen, wat ze bezighoudt, maar hij neemt niet deel aan hun verwoede pogingen om een betekenis aan het leven op te dringen. Hij gelooft niet in God en hecht weinig waarde aan succes of rijkdom.

Door zijn jarenlange worsteling met depressiviteit weet hij: gewoon leven is soms al moeilijk genoeg. Jarenlang maakten de depressies een gewoon leven onmogelijk voor Richard. Het enige wat hij voelde, was de innerlijke pijn die hem van binnenuit verteerde.

De sombere gedachten dreven hem tot wanhoop. Meermaals dacht hij aan zelfmoord, al was het maar om een einde te maken aan de storm in zijn hoofd.

Gelukkig kwam het nooit zo ver, maar het scheelde weinig. 'De gedachte aan mijn ouders en mijn zusje hield me overeind', zegt hij. 'Ik kon hen toch niet zomaar achterlaten?' Depressiviteit is per definitie een hele eenzame ziekte. De pijn is niet zichtbaar van buitenaf en daarom minder tastbaar voor buitenstaanders. Aan mensen die nooit een depressie hebben gekend, valt niet uit te leggen wat je overkomt wanneer je in de greep ervan raakt.

Richard begreep zijn gevoelens vaak zelf niet eens. Dit alles versterkte het isolement waarin hij verkeerde. Het gevoel niet begrepen te worden was een onvermijdelijk en belangrijk onderdeel van zijn pijn.

Als Richard depressief was, spendeerde hij veel tijd aan piekeren. 'Ik was altijd aan het malen. Waarom voel ik me zo slecht? Hoe zorg ik dat het beter gaat? Waarom kan ik dingen zo slecht aan? Ik schiet tekort als mens, ik zou beter dood kunnen zijn. Dat zei ik dan tegen mezelf. Al dat zinloze gepieker hield me 's nachts wakker. Dan lag ik urenlang naar het plafond te staren, gevangen in een maalstroom van gedachten. Overdag was ik natuurlijk uitgeput. Ik was altijd vermoeid.'

Inmiddels gaat het beter. Sinds Richard heeft geaccepteerd dat de depressies onderdeel zijn van wie hij is, heeft hij er minder vaak last van. Langzaam maar zeker krijgt hij het vertrouwen in zichzelf en in het leven terug.
Hij is nu ruim een jaar vrij van depressies en maakt voorzichtig plannen om op zichzelf te gaan wonen. Maar de angst blijft: wat als de depressies weer terugkomen? Hij zucht. 'Ik wil alleen kunnen zijn, maar tegelijkertijd ben ik bang om té alleen te zijn.'

Richard wil het taboe rond psychische problemen doorbreken. Daarom deelt hij zijn verhaal. Hoe moeilijk dat ook is. Het valt hem zwaar om over die donkere episoden uit zijn leven te vertellen.
Maar hij doet het toch, omdat hij weet dat hij lang niet de enige is die worstelt met de gevolgen van een depressie. Als het alleen om hem ging, had hij zijn verhaal waarschijnlijk niet gedeeld. Maar het gaat niet alleen om hem, zegt hij. 'Het gaat om ons allemaal.'

Tekst: Geerlof de Mooij
Foto's: Ted Denies

Afbeelding
Afbeelding