Logo allesoverkatwijk.nl
<p>| Foto: Adrie van Duijvenvoorde</p>

| Foto: Adrie van Duijvenvoorde

(Foto: Adrie van Duijvenvoorde)

Kinderen voelen zich onvoldoende veilig in asielopvang

Ondanks een aantal verbeteringen die de afgelopen jaren door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) zijn doorgevoerd, zijn er signalen dat kinderen zich niet veilig voelen in de Nederlandse asielopvang. Ze ervaren constante stress en hebben geen toegankelijk vertrouwenspersoon waar zij terecht kunnen met hun zorgen. Ook het steeds onverwachts verhuizen naar een andere opvanglocatie is nog altijd een probleem. Dit blijkt uit het eerste monitorrapport ‘leefomstandigheden van kinderen in de asielopvang’, dat de Werkgroep Kind in azc vandaag publiceert.

Privacy
Gebrek aan privacy komt als groot probleem naar voren in de monitor en zorgt ervoor dat ouders en kinderen zich onveilig kunnen voelen op een azc. Families en alleenstaanden wonen door elkaar heen in één gebouw en delen de voorzieningen, met regelmatig geluidsoverlast, onderlinge spanningen en incidenten tussen bewoners tot gevolg. Op gezinslocaties ervaren kinderen daarnaast constante stress vanwege de dreigende detentie en uitzetting, van zichzelf en van hun vriendjes. “Kinderen krijgen alles mee”, zegt Arja Oomkens, coördinator van Werkgroep Kind in azc, “ook zaken die helemaal niet voor hun ogen en oren bedoeld zijn. Ze hebben geen kans om kind te zijn.”

Signalen van kindermishandeling en huiselijk geweld
Kinderen zijn door de grootschaligheid van sommige opvanglocaties en de coronabeperkingen van het afgelopen jaar minder goed in beeld bij COA-medewerkers. Hierdoor kunnen zij signalen van mishandeling of geweld minder snel oppikken. De monitor toont daarnaast dat de veelbesproken verhuizingen van minderjarige asielzoekers nog altijd niet zijn opgelost. Uit data van het ministerie van Justitie & Veiligheid blijkt dat kinderen in 2019 en 2020 tijdens de asielprocedure gemiddeld één keer verhuisden naar een andere opvanglocatie. Maar ook dat er nog altijd uitschieters bestaan van kinderen die drie, vier of vijf keer verhuisden.