Dertig maanden cel voor verkrachting
Logo allesoverkatwijk.nl
<p>De rechter doet over twee weken uitspraak in de zaak tegen een 26-jarige Lisser die verdachte is in een steekpartij.</p>

De rechter doet over twee weken uitspraak in de zaak tegen een 26-jarige Lisser die verdachte is in een steekpartij.

(Foto: pr)

Dertig maanden cel voor verkrachting

Het gerechtshof in Den Haag heeft in hoger beroep een 30-jarige in Katwijk woonachtige man veroordeeld tot dertig maanden celstraf en het betalen van een schadevergoeding van ruim 25.000 euro aan een 19-jarige vrouw. Het gerechtshof acht bewezen, dat de man op 27 oktober 2019 de vrouw op het Noordwijkse strand heeft verkracht.

Op die bewuste 27 oktober 2019 was het slachtoffer met haar vriendinnen in een discotheek in Noordwijk. Rond 02.15 uur gaat zij naar buiten waar de man staat en haar meeneemt naar het strand. Hij grijpt haar in de nek en duwt haar op de grond. Volgens het slachtoffer dreigde de man haar dood te maken als ze geen seks met hem had.

Het slachtoffer slaagt er op een gegeven moment in om met ontbloot onderlichaam en op blote voeten weg te rennen. Dat is ook te zien op door de politie opgevraagde camerabeelden van die nacht.

Zij klopt vervolgens op verschillende ramen van een hotel ‘maar niemand deed open. Opeens was daar weer de verdachte die haar vastpakte en mee terug nam naar het strand waar zij wederom verkracht werd’, staat in het verslag van de rechtbank. Daarna rende zij weg en vroeg hulp aan een stelletje.

De man ontkent de aanklacht, maar geeft in verschillende verhoren verschillende verklaringen. Eerst herinnerde hij zich niets van seksuele handelingen op het strand. Maar in het derde verhoor, als de onderzoeksresultaten bekend zijn, geeft hij aan dat er wel seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, maar geen seks. Er zou geen sprake zijn van dwang.

De advocaat van de man wil vrijspraak, omdat ‘ernstig getwijfeld dient te worden aan de betrouwbaarheid van (de verklaringen van) aangeefster’, zoals in het verslag van de rechtbank staat.

Het gerechtshof is het daar niet mee eens. ‘Het hof is van oordeel dat er sprake was van dwang en dreiging met dwang nu dit in voldoende mate wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen zoals getuigenverklaringen en camerabeelden.’